Nieuwe trends
- Heup
Heup
Knie
Onderzoeken
Schouder
Rug
klinisch pad THP
Preoperatieve voorbereiding
voet
Transmuraal aspect bij klinischpad
Hand


 
 
Home Dienst Orthopedie Artsen Orthopedie Traumatologie Nieuws Links
Waar ben ik ? : Home > Orthopedie > Nieuwe trends > Heup

Er zit evolutie in de heupchirurgie.


Het plaatsen van een heupprothese is één van de meest uitgevoerde orthopedische ingrepen. Het grote succes is vooral te danken aan de voorspelbaarheid van het resultaat. Mensen met heupartrose hebben niet alleen pijn , maar zijn ook vaak sociaal geïnvalideerd door hun probleem.
Steeds meer en meer mensen met heupartrose laten zich dan ook opereren om hun levenskwaliteit te verbeteren. Meer mensen zijn actief in allerlei sociale organisaties en hobbyclubs. Ze willen dan ook niet meer accepteren dat ze hun vrije tijdsbesteding moeten opgeven door een lichamelijk probleem. Het wordt niet meer getolereerd om op 70 jaar een wandeling of fietstocht te moeten opgeven of om het museumbezoek te moeten afzeggen door vervelende lichamelijk probleem. De populatie ouderen is veel mobieler dan die van 10 jaar geleden.
Zoals alle wetenschappelijke disciplines staat ook de prothesechirurgie niet stil. Deze discipline volgt de laatste ontwikkelingen op de voet en wil meer tegemoetkomen aan de noden van de moderne patient. Daarom zijn er ook steeds meer en betere prothesen op de markt. Een prothese faalt op lange termijn door slijtage. De polyethyleen slijt uit en het debris hiervan gaat een inflammatoire reactie genereren. Die reactie veroorzaakt na enige tijd loslating van de prothese. Deze loslating door osteolyse is onvermijdelijke bij elke orthopedische implantaat. Om dit proces te vertragen gaat men op zoek naar materiaal dat slijtvaster is en lange tijd meegaat. De laatste jaren zijn er verschillende mogelijkheden bijgekomen. Zo zijn er niet alleen keramische heupkopjes op de markt ( keramiek-op-keramiek frictiekoppel), maar ook zeer goede metalen heupkopjes en speciale legeringen ( oxinium)  Hierdoor kan de slijtage met een factor honderd verminderd worden.

‘minimal invasive’

Ook de techniek evalueert snel. Als men bij een klassieke heupprothese een 10 tal dagen opname voor revalidatie moest voorzien, kan dit nu gereduceerd worden naar 6 dagen. Dit is vooral te wijten aan de verbeterde operatie techniek. Een klassieke heupprothese wordt geplaatst via een incisie van 15 à 20 cm. Dit betekent een belangrijke dissectie van spieren en het losmaken van heel wat pezen die nadien moeten genezen eer men vlot kan stappen. Hierdoor kan het bloedverlies oplopen. Als men via deze techniek wordt geopereerd moet men zeker rekenen op het gebruik van 2 krukken gedurende 4 à 6 weken. Gedurende 2 à 3 maanden kan bij sommige mensen een licht mankende gang zichtbaar zijn.
Wanneer men via een kleine incisie ( 6 à 8 cm) de operatie minimaal invasief kan uitvoeren betekent dit winst op verschillende gebieden. Enerzijds is er minder spierdissectie. Er worden minder spieren losgemaakt. Deze herstellen vlugger na de ingreep en zullen de revalidatie bespoedigen.



Anderzijds is er veel minder bloedverlies. Een Amerikaanse studie toonde aan dat de nood aan peroperatieve transfusie verminderde met 50 % en postoperatief met 28%. Hierdoor voel je je na de ingreep fitter en kan je sneller aan de revalidatie beginnen. Het ziekenhuis verblijf met deze nieuwe techniek, kan gereduceerd worden tot 4 à 7 dagen. Een kruk is raadzaam, maar strikt gezien niet nodig. Manken is zeldzaam omdat de gluteus medius, die zorgt voor de bekkenstabiliteit  volledig bewaard blijft. 
Deze revolutionaire techniek gecombineerd met het nieuwe slijtvaste materiaal is de ‘state of the art’ voor actieve ouderen. Beperkingen zijn zeker het lichaamsgewicht en de graad van slijtage. Indien de artrose reeds te ver is doorgezet is het technisch moeilijker om deze techniek toe te passen.

‘resurfacing’

Bij jongere, meer actieve patienten ( 18 - 65 ) jaar zijn de resultaten minder goed. Door de verhoogde activiteit is er sneller slijtage van het polyethileen. Een goed alternatief voor deze populatie is een resurfacing. Met deze prothese wordt enkel het beschadigde kraakbeen op de heupkop en in het acetabulum vervangen door metaal. In het bekken komt dan ook een metalen cup. Hierdoor krijg je een prothese die 100 x minder slijt dan een klassieke prothese doordat er geen polyethileen aanwezig is. Bovendien wordt bij deze conservatieve, minder traumatische techniek, de heupkop niet vervangen. Hierdoor blijven alle opties open om  indien nodig via een osteotomie een klassieke prothese te plaatsen. Hiermee wordt het probleem van cement en verlies aan botstock verschoven.
Deze prothese is niet geschikt voor iedereen. Wegens osteoporose en verlies van stevigheid van het bot kan niet iedereen geholpen worden met deze techniek. Alternatief is een klassieke gecementeerde prothese waarmee de patienten ook zeker tevreden zijn. Belangrijke criteria zijn leeftijd, activiteit, botkwaliteit en ernst van artrose.
De techniek bestaat al van 1991 en werd reeds toegepast op duizenden patienten. Nu alle kinderziekten verdwenen zijn en er voldoende ervaring opgedaan is, kunnen wij dit ook aanbieden aan onze patienten.
De revalidatie verloop iets vlotter met de techniek. Krukkengang wordt aangeraden gedurende 4 weken, wat iets minder is dan bij een klassieke prothese. 

Voordelen

1.  Bewaren van heupkop en hals
2.  herstel van normale anatomische verhoudingen en beenlengte
3.  metaal op metaal koppel met extreem lage frictiekoppel
4.  vermijden van stress-shielding, dit is een veranderde stressverdeling aan het bot.
     Hierdoor kan secundaire osteoporose ontstaan.
5.  Betere propioceptie waardoor er geen activiteitsbeperkingen meer zijn
6.  Minder luxatie gevaar
7.  gemakkelijke revisie en vlotter postoperatief verloop



Zoals altijd volgt de wetenschap en evolutie de socio – culturele veranderingen in de maatschappij.
Met deze evolutie bij de heupchirurgie kan nu beter en meer specifiek op de noden van de patient worden ingespeeld, rekening houdend met hun lichaamseigen ( botkwaliteit, ernst van slijtage ) en persoonsgebonden karakteristieken ( activiteits –en verwachtingsniveau ). Op basis van deze gegevens kan dan in het belang van de patient voor de beste optie worden gekozen.